Beoordelen

Primaire dijken, duinen en waterkerende objecten dienen wettelijk eenmaal per 12 jaar beoordeeld te worden. Hierbij wordt een uitspraak gedaan over de algemene waterstaatkundige toestand. Voor dijkvakken waarvan de berekende faalkans hoger ligt dan de overstromingsnorm, worden versterkingsmaatregelen gepland en op termijn uitgevoerd.

Er wordt achtereenvolgens op 3 manieren een beoordeling uitgevoerd: eenvoudig, gedetailleerd en toets op maat. Bij afkeuring op eenvoudige beoordeling volgt een gedetailleerde beoordeling, en bij afkeuring op gedetailleerde beoordeling volgt mogelijk nog een toets op maat. Elk toetsstap heeft een eigen set aan instructies. Deze instructies zijn vastgelegd in het Wettelijk Beoordelingsinstrumentarium voor primaire waterkeringen (WBI 2017), dat vanaf 1 januari 2017 vigerend is. Het WBI gaat uit van overstromingskansen in plaats van overschrijdingskansen. Ook wordt, daar waar mogelijk, volledig probabilistsiche beoordeeld.

Vooral bij de toets op maat is de inzet van monitoring een waardevolle aanvulling op reguliere waarneming en inspectie. Monitoring kan nauwkeurige waarden van bepaalde parameters opleveren die informatie geven over de toestand van de dijk. Deze parameters kunnen worden gebruikt om zo nauwkeuriger te beoordelen. Door de situatie van de dijk onder, bijvoorbeeld extreme, omstandigheden te monitoren, kan het gedrag onder een bepaalde belasting beter in kaart worden gebracht. Uit recent onderzoek blijkt dat het gebruik van meer datapunten bij een toetsing leidt tot een verbeterde betrouwbaarheid van het toetsresultaat (Oldhoff, 2013; Drenth, 2015) en daarbij bijdraagt aan verbeterde beoordelingskwaliteit.

Meer informatie over de toetsing/beoordeling is verkrijgbaar via de Helpdesk Water.