Calamiteiten

Uit cijfers over 2007 blijkt, dat er landelijk 69 calamiteiten met waterkeringen zijn geweest, waarvan 26 situaties met een classificatie GRIP1 of hoger. Calamiteiten vinden dus gemiddeld 2,5 keer per beheerder plaats, waarvan 1 per beheerder van GRIP1 of hoger.
Uit bovenstaande blijkt dat er ook in Nederland regelmatig extreme omstandigheden voorkomen waarop niet te anticiperen is vanuit regulier beheer en onderhoud. In dit geval zullen noodmaatregelen worden ingezet op die plaatsen waarvan men niet zeker is dat de dijk voldoende sterk is. Kenmerkend aan dit soort bijzondere situaties (hoogwater, storm) is een gebrek aan exacte kennis en informatie. Tijdens calamiteuze situaties kan informatie uit monitoringssystemen benut worden voor een betere (crisis)besluitvorming.

Werkelijk sterkte en stabiliteit van zowel primaire als secundaire waterkeringen kunnen bij een hoogwatersituatie slechts beperkt worden bepaald en voorspeld op basis van visuele waarneming. Voor een goede analyse is voldoende informatie nodig over het (actuele) gedrag van de waterkering tijdens of in aanloop op belastingen.

De inzet van monitoring maakt real-time inwinning en berekeningen van de actuele sterkte en stabiliteit en daarmee voorspelling van de sterkte en stabiliteit van de dijk mogelijk. Ook kan er op afstand met remote sensing technologie, vlakdekkende informatie worden verzameld. Voor inzet van monitoring voor early warning zijn een goede algemene voorbereiding vooraf, de operationalisatie en verwerkingstijd en inzetbaarheid onder moeilijke omstandigheden belangrijke succesfactoren. De mogelijkheden en onmogelijkheden van inzet van inspectietechnieken bij calamiteiten staan o.a. beschreven in STOWA 2012, no 13, RWS/SWARTVAST, 2012.