Overslaan en naar de inhoud gaan

Piping/ heave

Het faalmechanisme piping bestaat uit de drie submechanismen: opbarsten, heave en terugschrijdende erosie. Bij aanwezigheid van een cohesieve deklaag moet deze eerst opbarsten om een scheur/opening te kunnen vormen. In dit opbarstkanaal moet verder een zo grote verticale stroming aanwezig zijn dat er heave (dus een drijfzandsituatie) kan uittreden. Pas als de verticale stroming zo sterk is dat zandkorrels uit het watervoerende pakket naar het oppervlak kunnen worden getransporteerd, kan ook terugschrijdende erosie plaats gaan vinden.

In Situ

Monitoringsinstrumenten die in de ondergrond zijn ingebracht en daar metingen kunnen uitvoeren.

Remote

Monitoringsinstrumenten die observaties of metingen uitvoeren vanaf het maaiveld of vanuit de lucht.