Werkwijze
Bij een boring kunnen verschillende typen boren worden toegepast, zoals een avegaarboring of een pulsboring. Uit de boringen kunnen boorbeschrijvingen worden bepaald van de grondopbouw. Bij een bepaald type boringen kunnen ook ongeroerde monsters worden afgenomen voor nader onderzoek in het lab. Bij het plaatsen van peilbuizen en waterspanningsmeters moeten ook boringen uitgevoerd worden. Dit geeft dan ook direct extra informatie voor een monitoringspunt.
Een goed uitgevoerde boring haalt ongeroerde monsters uit verschillende grondlagen. De omhooggehaalde grond wordt eerst visueel geïnspecteerd, maar wordt vervolgens vaak ook voor nadere inspectie naar een laboratorium gebracht. In het laboratorium worden classificatieproeven uitgevoerd. Voorbeelden zijn volumegewichtsbepaling, korrelverdelingsbepalingen en bepalingen van de vloeigrens. Met deze proeven kan de grond worden geclassificeerd en geïdentificeerd.